34. Dit was de zaterdag

Ik open m’n laptop omdat ik had gezegd dat ik elke dag wat zou schrijven. En al is zondag een rustdag, ik was vergeten dat mee te nemen in m’n voornemen, dus begin toch aan een dappere poging tot het schrijven van een blog.

Dapper want, om met Maarten van Roozendaal te spreken, zo moe.

Niet levensmoe gelukkig, de sleur die Maarten beschrijft werd onderbroken door een mooi avontuur. Daarvoor ging de wekker gisterochtend om 4.40 uur af en ik ben nog aan het bijkomen. De wekker ging om iets na half… nee wacht. Ik vergis me. De wekker ging om 3.40 uur gisterochtend. Iets na half 4. Ik snap het nog steeds niet. Ik kon er al niet bij toen ik m’n wekker zette. Maar het had een leuke reden. Ik mocht bij het radio-programma Dit is de Zaterdag tussen zes en zeven ’s ochtends in gesprek over de weekendkranten.

Toen ik werd uitgenodigd las ik in de beschrijving: het programma heeft zo’n 130 luisteraars. En ik dacht: ach ja, precies, want wie luistert er nou ook naar de radio op zaterdagochtend. Prima, dat durf ik wel, ik kom langs, leuk, radio! Toen las ik de beschrijving iest beter: het programma heeft zo’n 130 duizend luisteraars.

130.000. Dat zijn een stuk meer. Wat doen al die mensen wakker op de zaterdagochtend?

En, belangrijker, durf ik te doen alsof ik hen wat zinnigs te vertellen heb?

Ik durfde het. Het leek me een leuk avontuur.

Dat avontuur begon op vrijdagavond met een grote ontdekking. Ik wist wel dat, als ik om zes uur ’s ochtends in een radio-uitzending moest praten over de ochtendkranten, ik ergens daarvoor tijd moest maken om die kranten te lezen, maar ik kon me zo weinig voorstellen bij midden in de nacht uit bed om Blendle uit te lezen dat ik dacht: ik doe het de avond ervoor wel vast. Helaas. De zaterdagochtendkrant is er pas vanaf een uur of drie op… jawel… zaterdagochtend. Grote schok.

Ik probeerde een planning te maken. Ik liep vast. Ik moest 4.40 uur weg om mooi op tijd in de studio te zijn. Hoe lang duurt het om drie kranten door te spitten op zoek naar leuke artikelen? Moet je ontbijten midden in de nacht? Hoeveel tijd heb ik ook alweer nodig voor 2 minuten tanden poetsen? Ik zette m’n wekker een uur voor vertrektijd en dacht: het moet maar genoeg zijn.

Maarten begint zijn lied met ‘Veel te vroeg, de wekker gaat’, maar in mijn geval bleek het veel te laat. Terwijl ik aan de keukentafel bij m’n derde kopje koffie m’n tweede krant doornam keek ik op de oven en zag staan: 4.40 uur. Tijd om te gaan. Maar ik was nog niet klaar! Toch tijd om te gaan. Navigatie aan. Wat, een wegafsluiting? Aankomst om 5.55 uur? Maar dat is te laat! Ik had m’n tweede artikel nog niet eens uit. Toch gaan! Nu!

Als een buurvrouw om iets voor vijven uit het raam had gekeken had ze me in het donker door de regen met een laptop onder m’n arm door de straat zien rennen. Als een dief in de nacht naar Hilversum. Op zo’n onchristelijke tijdstip de weg op, voor de EO nog wel, had één voordeel: ik mocht 130 km per uur rijden. Misschien probeerde ik tijdens het rijden nog een krant te lezen, maar waarschijnlijk niet, toch? Want dat zou te gevaarlijk zijn, toch? Ja, dat zou te gevaarlijk zijn.

Ik was op tijd en had het naar m’n zin. Dat was waarom ik erheen ging. Het leek me leuk. Anders had ik beter in bed kunnen blijven liggen.

De rest van de dag vroeg ik me af en toe af of ik geen domme dingen had gezegd.

Waarschijnlijk wel.

(Zei ik nou echt live op de radio dat m’n gesprekspartner een cocaïne-verslaving had?)

Maar ik heb gelachen.

Daar ging het om.

Reageren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s