38. Mijn allereerste mondkapje

Het stormde buiten, maar van binnen ook, dus kon ik net zo goed in de wind gaan wandelen. Ik deed een extra warme winterjas aan. Dat wil zeggen: de jas was extra warm, ik deed niet twee jassen over elkaar aan.

Ik had de jas nog niet eerder aan gehad dit jaar.

Het is altijd een verrassing wat je dan in de jaszakken aantreft.

Ik hoop op geld, maar dat zat er ook dit keer niet in.

Links en rechts één handschoen en rechts ook nog iets heel bijzonders… Mijn allereerste eigen mondkapje.

Weet je nog, toen Nederland aan het begin van de pandemie een half jaar vergaderde over of we mondkapjes gingen dragen? De enige plek waar we ze nodig hadden was in de trein. Maar ik ging nooit met de trein. Dus ik had ze niet nodig.

Ergens in die zomer van 2020 kocht m’n man een eerste doos mondkapjes. Wat een onzin, vond ik, de pandemie was bijna voorbij, dan ga je toch geen geld uitgeven aan mondkapjes?
Voor de zekerheid, zei hij. Je wist maar nooit.
We wisten het inderdaad niet.

M’n eerste eigen mondkapje kreeg ik op het treinstation van Kampen. Een heel duurzaam exemplaar, want tweedehands.

Het was de week voor onze verhuizing, ik ging voor het laatst nog eens op en neer naar Zwolle naar een vriendin.

Ik kwam aan op het perron en zag het bord met de waarschuwing dat mondkapjes in de trein verplicht waren.

Ik stond aan de grond genageld. Ik zou de trein niet in mogen.

Er zijn mensen die dan liever omkeren en thuis eentje gaan halen en een trein later nemen.

Ik ben niet zo’n mens. (Was ik maar zo’n mens.)

Tijd om iedereen die op de trein stond te wachten bij langs te gaan.

“Eh, pardon,” vroeg ik aan een meisje met een grote sjaal om d’r nek. “Heb je misschien een mondkapje over?”

“Nee, ik heb er zelf ook geen, ik waag het erop met m’n sjaal voor m’n neus.”

“Meneer, mag ik wat vragen, hebt u misschien een extra mondkapje?”

“Nee, sorry, ik heb alleen deze,” zei hij vanachter z’n mondkap.

“Mevrouw?…” “Nee…” “Meneer…” “Nee, sorry…” “U misschien?…”

Niemand.

Tot…

“Meneer, hebt u misschien een extra mondkapje?”

Hij haalt z’n muziekoortjes uit z’n oren, zegt: “I’m sorry?”

“Oh! Do you have an eh… extra… mouthcap?” (Waarom kan ik nooit Engels als het nodig is?) (Maakt niet uit, hij begreep me prima.)

“Well I have one, but it has been used.”

Snelle afweging: er is een pandemie, maar ik wil ook m’n trein halen. (En dat hele Covid was toch bijna voorbij?) Nog een snelle afweging: ben ik een viespeuk die een gebruikt mondkapje opzet?

“I don’t mind,” zeg ik met een grote glimlach.

Hij haalt hem uit z’n rugtas, het blijkt een heus wasbaar exemplaar te zijn.

“Keep it,” zegt hij.

“Are you sure, it’s… washable” (Is dit Engels?)

“I’m sure.”

“Thank you,” roep ik. Hebgeencoronahebgeencorona, denk ik, terwijl ik het ding opdoe. En ik denk ook: wat leuk, nog net op de valreep van m’n eerste pandemie een mondkapje weten te bemachtigen. Die gaat in de verkleedkist van m’n dochter. Kan ik later vertellen over die keer dat mama een keer een mondkapje op moest.

Ik wist het niet.

Reageren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s