48. Sommige dingen lossen zichzelf op

Ik hoorde een knal tegen het keukenraam. Ik keek naar buiten en op het terras lag ze: een vrouwtjesmus, op haar zij, nahijgend van haar ongeluk.

Met rust laten, dacht ik. Even laten bijkomen. Wie weet staat ze zo weer op en vliegt ze weg. Wel in de gaten houden dat niet een van de tien buurkatten haar te grazen neemt.

Een uur later dacht ik: o ja, helemaal niet op die katten gelet, eens kijken of ze er nog ligt.

Ze lag er nog.

Wel heel stil.

Ze hapte niet meer naar adem.

Misschien… was ze even in slaap gevallen?

Ik boog voorover naar het keukenraam, kneep m’n ogen zo scherp als ze konden en bleef zo stil mogelijk staan, zodat ik elke beweging zou kunnen zien.

Toch?

Bewoog ze nou heel licht?

Maar… nee. Ik denk dat het m’n eigen minimale bewegingen waren waardoor het leek alsof er nog leven in haar zat.

Dat hoop ik eigenlijk.

Want wat er daarna gebeurde…

Ik dacht: oké, wat moet ik nu met een dode vogel op m’n terras? Dat moet je dan weer opruimen. Nou, dat doet m’n man maar hoor. En het liefst voor m’n dochter thuiskomt. Anders moet je meteen weer een uitvaart organiseren. In de groene bak? In de grijze denk ik. Of… wacht. Wat was dat?

Een kraai landde op de mus.

Steeg weer op.

Dag mus.

Eet smakelijk, kraai.

Een vogelverhaal dat goed afliep voor de vogel lees je hier.

En als je nu een hekel hebt aan kraaien moet je deze lezen.